Helgers + Raafs Advocaten

Eergerelateerd geweld en uithuisplaatsing; mooi voorbeeld van een rechtbank die oog heeft voor culturele dimensies in haar beslissing

Wat was er aan de hand?

Een Syrisch gezin bestaande uit vader en moeder met 4 kinderen vlucht uit Aleppo. Het gezin komt na een lange tocht met veel ontberingen in Nederland terecht en doet zijn uiterste best om te integreren. Vader volgt Nederlandse les; kinderen gaan in Nederland naar school. Oudste zoon vindt het lastig om zijn plekje te vinden op school. Wordt buitengesloten en gepest. Jeugdzorg komt in beeld. Jeugdzorg schakelt de Raad voor de Kinderbescherming in. Raad voor de Kinderbescherming schaalt op en schakelt het LET (Landelijk Expertise Team) in. Men vermoedt namelijk dat er sprake is van eergerelateerd geweld jegens de oudste dochter van partijen. De Raad voor de Kinderbescherming komt ’s ochtends vroeg onaangekondigd bij het gezin aan de deur. De moeder is alleen thuis met haar oudste zoon. De andere kinderen zijn al naar school. De moeder is nog niet aangekleed en draagt haar sluier nog niet. De moeder opent de deur op een kier en gebaart de raadsmedewerkers even te wachten. De moeder spreekt en verstaat nog geen Nederlands. De zoon komt aan de deur. De zoon geeft aan de raadsmedewerkers te kennen dat zij zonder afspraak niet welkom zijn. De raadsmedewerkers vertrekken, maar komen ’s avonds, opnieuw onaangekondigd, terug met versterking van 15 politieagenten. Op dat moment is iedereen thuis behalve de vader. Hij volgt op dat moment Nederlandse les. Als de vader thuiskomt van de Nederlandse les, treft hij een leeg huis aan. Alle 4 de kinderen zijn met een crisismachtiging uithuisgeplaatst en de moeder is met de jongste 2 kinderen ondergebracht in een opvanglocatie voor vrouwen. Het niet binnen laten van de raadsmedewerkers in de ochtend is blijkbaar gezien als een niet meewerken aan een onderzoek, waarop de raad heeft besloten om nog diezelfde dag een machtiging te vragen voor een spoed uithuisplaatsing.

Uitspraak rechtbank

In haar tussenbeschikking van 24 januari 2020 ((nog) niet gepubliceerd) overweegt de rechtbank Limburg ten aanzien van de culturele dimensie van de zaak als volgt.

“Hulpverlening is voor beide kinderen (ER: bedoeld worden de 2 oudsten; voor de 2 jongsten oordeelt de rechtbank tot afwijzing van de verzochte ondertoezichtstelling) dringend noodzakelijk. Dat geldt zeker nu X en Y, net als de ouders, in Libië en Syrië veel hebben meegemaakt en daardoor mogelijk zijn getraumatiseerd. Hoewel de ouders stellen open te staan voor vrijwillige hulpverlening, hebben zij vooralsnog geen hulpvraag. Dat heeft vader ter zitting nog eens bevestigd. Het is positief dat ouders toezeggen dat zij bereid zijn mee te werken, maar dat hebben zij tot nu toe onvoldoende gedaan. (…) Anderzijds moet daarbij wel in het voordeel van de ouders en hun gezin worden bedacht dat ouders in een andere cultuur zijn opgegroeid en hun eerste kinderen hebben gekregen. Gelet op de binnen die cultuur en samenleving geldende normen en waarden, waarvoor de advocaat van de ouders ter zitting terecht aandacht heeft gevraagd, moeten de ouders van de GI (ER: de Gecertificeerde Instelling) en hulpverleners de tijd krijgen om te kunnen inzien dat van hen als ouders in de Nederlandse samenleving verandering van hun handelen naar hun kinderen mag worden verwacht. (…..) Tot slot wijst de kinderrechter erop dat de raad tegenover de gemotiveerde betwisting door de ouders (bij monde van hun advocaat) niet aannemelijk heeft kunnen maken dat er in relatie tot dit gezin een dreiging van eergerelateerd geweld voor Y aan de orde is. (…) wordt aan de GI meegegeven dat er in de contacten met de ouders en het gezin aandacht moet zijn voor hun cultuur en taal.”

Cultuur

De vraag is of het anders was gegaan indien de betrokken raadsmedewerkers (meer) oog hadden gehad voor de culturele normen en waarden van dit gezin toen zij die ochtend in kwestie onaangekondigd aan de deur stonden en niet werden binnengelaten door de zoon des huizes, die volkomen volgens zijn cultuur de eer van zijn moeder beschermde door niemand binnen te laten zolang zijn moeder niet gekleed en gesluierd was. Als de raadmedewerkers het niet binnenlaten geïnterpreteerd hadden vanuit het culturele referentiekader van het gezin in kwestie, dan was er met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid die avond niet zo fors en voor alle betrokkenen traumatisch ingegrepen. De overwegingen van de rechtbank, waaruit respect voor dat culturele referentiekader blijkt, nemen het trauma van het gezin natuurlijk niet weg, maar geven wel enigszins erkenning van het onbegrip dat hen ten deel is gevallen.

 

Geschreven door:

mr. Elles Ramakers

Advocaat